nepotisme
onzijdig (het)/ˌnepoˈtɪsmə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- onrechtmatige begunstiging van verwanten of vriendjes bij het vergeven van postenPaus Johannes XXII bezondigde zich schaamteloos aan nepotisme, door schenkingen en kerkelijke ambten aan vrienden en verwanten toe te kennen
Etymologie
*Ontleend aan het Franse népotisme, waar het op zijn beurt is afgeleid van nepotismo. Uiteindelijk van Latijn "nepos" (zie ook neef). In de betekenis van ‘begunstiging van familieleden met baantjes en goederen’ voor het eerst aangetroffen in 1659.
Vertalingen
Engelsnepotism
Fransnépotisme
DuitsNepotismus
Spaansnepotismo
Italiaansnepotismo
Portugeesnepotismo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek