nest
onzijdig (het)/nɛst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (dierkunde) de verblijf- en broedplaats van bepaalde diersoorten zoals vogelsDe vogels hadden op de schoorsteen een nest gebouwd.
- (informeel) vervelend, nuffig meisjeVervelend nest!
Etymologie
**meer informatie
Uitdrukkingen
- In de nesten zitten — met problemen zitten
- Zijn eigen nest bevuilen — kritiek uitoefenen op de eigen familie of volk
Vertalingen
Engelsden, nest
Fransnid
DuitsNest
Spaansnido
Italiaansnido
Portugeesninho
Zweedsrede, näste, bo
Deensrede
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek