woorden
boek
Start
›
N
›
netten
netten
/ˈnɛtə(n)/
Betekenis
werkwoord
ov
(ov) in een net zien te vangen
Na de vis te hebben genet, kwam ie met een brede grijns naar de kant gevaren.
Etymologie
*: "net" met de uitgang -en
Verwante woorden
Nette
Nettelhorst
nettenboeter
nettenboeters
nettenboetster
nettenboetsters
nettenknoper
nettenknopers
nettenmaker
netter
Netterden
nettere
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← Nettelhorst
nettenboeter →