neut
vrouwelijk (de)/nøt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- glaasje sterke drankHij had een paar neutjes op en toch klom hij achter het stuur.
- (bouwkunde) blokje van natuursteen of hout waarop een kozijnstijl rustDe houten neuten waren totaal verrot en zouden vervangen moeten worden.
- (bouwkunde) uit een muur vooruitstekend deel waarop een balk kan rustenblokje of rol om het verschuiven van een samenstel van balken, ijzers of stukken hout te verhinderen
- (techniek) uitstekend deel van een constructie
- klein (oud) vrouwtje
Etymologie
*[5] uit "neutken", vermoedelijk als aanduiding van een klein persoon
Vertalingen
Engelsplinth
Spaansmodillón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek