niets

/nits/

Betekenis

voornaamwoord
  1. geen enkel ding, geen enkele zaak
    Hij was op de markt, maar hij kocht helemaal niets.
    De zon was nog niet op en met mijn hoofdlamp checkte ik nog een laatste keer al mijn spullen om te zorgen dat ik niets zou vergeten.
    Niemand had iets verkeerds gedaan, althans niets aantoonbaar verkeerds, hijzelf niet en niemand anders.

Etymologie

*van Middelnederlands """, op te vatten als afgeleid van "niet" , in de betekenis van ‘onbepaald voornaamwoord’ voor het eerst aangetroffen in 1270

Uitdrukkingen

  • niets in de handen, niets in de zakken
  • niet voor nietsniet gratis
  • op niets trekken
  • uit het nietszonder duidelijke aanleiding of oorzaak
  • Voor niets gaat de zon opAlles kost geld en moeite (afgezien van de zonsopgang)

Vertalingen

Engelsnothing
Fransne, rien
Duitsnichts
Spaansnada
Italiaansniente
Portugeesnada
Russischничего, ничто
Japans無, 何も, 何でもない
Koreaans아무것도
Arabischلا شئ
Turkshiç, hiçbir şey
Poolsnic
Zweedsinget, ingenting
Deensintet, ingenting