nietswaardigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het van geen enkel belang zijn
    De onwetendheid van zijn kameraden, de zwakheid en de nietswaardigheid van zijn tegenstanders, de openlijke leugenachtigheid en de schitterende, van zichzelf overtuigde beperktheid van deze man, zorgen ervoor dat hij aan het hoofd van het leger komt te staan.
    De King Fahad Academy in West-Londen zou lesmateriaal gebruiken waarin christenen „varkens” genoemd worden en niet-islamitische geloven als „nietswaardig” worden betiteld.

Etymologie

*afleiding van nietswaardig