nieuwsgierigheid

vrouwelijk (de)/niu'sxirəxɛit/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het verlangen naar kennis
    Hij had een grote nieuwsgierigheid voor informaticanieuws.
    Toen ze vertelde dat ze een beetje Duits sprak, leek zijn nieuwsgierigheid alleen maar toe te nemen.
    ` Mijn excuses dat ik mijn nieuwsgierigheid niet kan bedwingen,' zei hij, 'maar zou ik u mogen vragen waar u vandaan komt?'

Etymologie

* afgeleid van nieuwsgierig

Vertalingen

Engelscuriosity
Franscuriosité