nimby

mannelijk (de)/ˈnɪmbi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een begrip uit de ruimtelijke ordening om aan te duiden dat veel mensen wel gebruik willen maken van voorzieningen, maar er geen hinder van willen ondervinden
    Zo betitelde ze Tubbergen als het dorp dat getroffen is door het hardnekkige en besmettelijke NIMBY-virus; hetgeen staat voor Not In My Backyard (niet in mijn achtertuin) verwijzend naar de langdurige bezwaarprocedures tegen het bouwen van woningen in het dorp. Tubantia 29-01-2017
    Naast de vulgaire xenofobie die nu welig tiert, bestaat er natuurlijk ook een nette variant. Die vindt men in de vorm van het NIMBY-denken van de betere buurten, zo treffend verwoord door Robbert van Lanschot in NRC van 26 september: het is voor de vluchtelingen zélf ook veel beter als ze in arme wijken wonen, want op zoek naar goedkope belwinkels hebben ze aan onze prijzige patisserieën niets. Volkskrant Thomas von der Dunk (cultuurhistoricus) 1 november 2015

Etymologie

* afkoring uit het Engels Not In My Back Yard (NIVEA: Niet In Voor- En Achtertuin) (NIMU: niet in mijn buurt) (NIMA: niet in mijn achtertuin)

Vertalingen

Engelsnimby