nimrod

mannelijk (de)/ˈnɪmrɔt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die graag, vaak of met veel succes jaagt
    Misschien, dat hij zich juist daarom zo aan haar vastklemt, zo gretig haar uitdaging aanneemt; zij wil gejaagd zijn, goed, hij zal zich een nimrod tonen.

Etymologie

*(eponiem) dat verwijst naar de Bijbelse figuur die volgens Genesis [https://www.statenvertaling.net/bijbel/gene/10.html 10:9] een groot jager was, in de betekenis van ‘jachtliefhebber’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1639

Vertalingen

Engelsnimrod