nipper

mannelijk (de)/ˈnɪpər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand met heel kleine teugjes drinkt
    Henk is een 'tijdelijk op liet strand geworpen zeegast. (…) Een nipper aan glaasjes rode grenadine met sodawater als geen ander in de goede stad Rotterdam.
  2. laatste mogelijkheid (tegenwoordig gangbaar als verkleinwoord in de hieronder genoemde uitdrukking)
    Heerlen heeft elf fracties in de raad. CDA en PvdA kunnen met 20 zetels in de raad van 39 op de nipper een meerderheidscollege vormen.

Etymologie

**[2] 'nippen' in de betekenis 'erop aankomen'

Uitdrukkingen

  • [2] op het nippertjeop het laatst mogelijke ogenblik