nis
mannelijk/vrouwelijk (de)/nɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een inham in een muurZe had het kostbare beeldje in een nis gezet.
Etymologie
*Afkomstig van het Franse woord niche.
Vertalingen
Engelsniche
Fransniche
DuitsNische
Spaansnicho
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek