noedel
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈnudəl/
Wat is de betekenis van noedel?
noedel betekent: (voeding) dun uitgerold en in reepjes gesneden gekookt deegwaar van tarwebloem, eieren en water, meestal als voorgerecht gegeten
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) dun uitgerold en in reepjes gesneden gekookt deegwaar van tarwebloem, eieren en water, meestal als voorgerecht gegeten
- deegballetje gemaakt van aardappels
Voorbeelden van "noedel" in een zin
- Snijd de eend in dunne plakjes en dresseer de noedel erbij.
- Ze worden met de hand gerold, gerekt en tegen een plank geslagen voor elasticiteit. Het is daarbij de kunst om de noedel heel te houden en te verwerken in de geurigste gerechten.
Etymologie
*van "Nudel"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek