nok

mannelijk/vrouwelijk (de)/nɔk/

Wat is de betekenis van nok?

nok betekent: (bouwkunde) het hoogste gedeelte van een schuin dak

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bouwkunde (bouwkunde) het hoogste gedeelte van een schuin dak
  2. bouwkunde (bouwkunde) bovenste snijlijn van twee dakschilden
  3. motortechniek (motortechniek) een uitstulping op een as waarmee het openen en sluiten van de kleppen wordt gestuurd
  4. scheepvaart (scheepvaart) uiteinde van een mast of een paal op een schip

Voorbeelden van "nok" in een zin

  • Een nokkenas met versleten nokken.
  • Er wapperde een zwarte vlag in de nok van het piratenschip.

Betekenis en uitleg van nok

Het woord 'nok' verwijst meestal naar het hoogste punt of de top van een dak. Het is dat kenmerkende punt waar twee hellingen samenkomen, vaak zichtbaar in woningen en gebouwen.

Je gebruikt 'nok' vaak in de context van architectuur of bouw, maar ook figuurlijk wanneer je het hebt over het bereiken van een hoogtepunt. In de spreektaal kan het ook verwijzen naar het uiterste, bijvoorbeeld wanneer iets op een hoogtepunt van intensiteit is. Het woord heeft een praktische toepassing in zowel technische als alledaagse gesprekken.

Voorbeelden

  • De dakdekker werkte voorzichtig aan de nok van het huis om lekkages te voorkomen.
  • Tijdens de storm hoorde ik het geknal van takken die tegen de nok van het dak sloegen.
  • Na jaren hard werken bereikte ze eindelijk de nok van haar carrière met die prestigieuze prijs.

Woordoorsprong

Het woord 'nok' komt van het Oudnederlands 'nocke', wat ook 'top' of 'punt' betekende. Het is verwant aan andere woorden die een hoge positie aanduiden.

Veelgestelde vragen over nok

Wat is de betekenis van nok?

nok betekent: (bouwkunde) het hoogste gedeelte van een schuin dak

Hoeveel betekenissen heeft nok?

nok heeft 4 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft nok?

nok is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Hoe gebruik je nok in een zin?

Voorbeeld: “Een nokkenas met versleten nokken.

Etymologie

* In de betekenis van ‘hoogste deel van dak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1412

Vertalingen

Engelscam
Franscame, faîte
DuitsNocken
Spaansleva