noni
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈnoni/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bepaald soort struik of boom, , met stinkende, maar verondersteld geneeskrachtige vruchten
- (fruit) vrucht van , waaraan geneeskrachtige werking wordt toegedicht
Etymologie
*in Suriname, van "noni"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek