noni

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈnoni/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bepaald soort struik of boom, , met stinkende, maar verondersteld geneeskrachtige vruchten
  2. fruit (fruit) vrucht van , waaraan geneeskrachtige werking wordt toegedicht

Etymologie

*in Suriname, van "noni"