noodgang

mannelijk (de)/ˈnotxɑŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een gang die men kan gebruiken om te ontsnappen aan gevaar
    Ik zag ze bij de ingang staan en dacht, hier komen we nooit meer uit. Plots ging de deur van de noodgang open en ik ben daar als een idioot naartoe gekropen. Er lagen al dode mensen." Tubantia 14-11-2015
  2. met een gevaarlijk hoge snelheid
    Inmiddels zijn al veertien aanrijdingen met fietsers geregistreerd, het werkelijke aantal ligt wellicht hoger. Niemand overleed, maar serieuze aanrijdingen waren er wel. Buurtbewoner Simon de Vries, die op zijn fiets bij het gezelschap is komen staan, wijst op het verkeer van de ventweg dat met een noodgang de weg op draait. Het hele ontwerp van de rotonde is een vergissing, vindt hij. Lévensgevaarlijk. de Standaard 08 MAART 2016 Carola Houtekamer
    Geen trucs, geen knippen en plakken, maar puur skateboarden, zweren de makers van de laatste extreme video van Liam Morgan. Hij gaat écht met deze noodgang naar beneden, en hij ontwijkt écht dat tegemoetkomende verkeer. NRC Niels Posthumus 3 november 2013

Vertalingen

Engelsat a breakneck speed