noodkachel
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets wat men bij gebrek aan beter gebruikt als een kachelDe fabriek die speciaal voor het volksproject uit de grond was gestampt, maakte tijdens de oorlogsjaren vooral noodkachels voor aan het Oostfront. Pas na de oorlog was het aan de Engelsen om uit de verwoeste restanten een nieuwe start te maken, met wat toen de brilkever werd genoemd.De Volkskrant Theo Stielstra 7 juli 2003 [https://beta.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/volkswagen-kever-niet-mooi-wel-karakteristiek~bcf452aa/ Volkswagen Kever: niet mooi, wel karakteristiek ]
- een kleine kachel die, in tijden met grote brandstof schaarste, uit zeer weinig brandstof toch enige warmte kan produceren hetgeen grote kachtels niet kunnenDe noodkachel uit het 'woordenboek van de bezetting'(NRC Handelsblad, 29 april) werd in de omgeving van Den Haag mayo of mayokacheltje genoemd. De oorsprong van die naam weet ik niet en evenmin heb ik me ooit in de spelling van dat woord verdiept. Wel heb ik in de smederij van mijn vader diverse van zulke kacheltjes gemaakt voor vrienden en kennissen.NRC Walter Schmidt 4 mei 1995 [https://www.nrc.nl/nieuws/1995/05/04/noodkachel-7266124-a436051 Noodkachel ]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek