Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
noordelijke bruinborstwinterkoning
mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (zangvogels) een zangvogel uit de familie (winterkoningen). Eerder was deze vogel een ondersoort van de bruinborstwinterkoning (C. thoracicous) die is gesplitst in een noordelijke en zuidelijke variant. Deze soort komt voor in de bossen van centraal Colombia tot noordelijk Peru. De leefgebieden liggen in de Andes in natuurlijke bos op hoogten tussen de 700 en 2300 meter boven zeeniveau
Etymologie
* (coll)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek