Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
noppeshoer
vrouwelijk (de)/ˈnɔpəsˌhur/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (seksualiteit) (scheldwoord) vrouw die voor haar plezier of voor kleine gunsten seks heeft met verschillende mannenIn het dansvraagstuk kwam de seksualisering van de hogere- en middenklassen tot uiting. Voor de arbeidersjeugd gold dat vooral door het gebruik van het woord amatrice – in de volksmond noppeshoer (…). De term amatrice werd gebruikt tussen de jaren twintig en zestig en verwees naar “een meisje dat zich in los-vaste verhoudingen aan een vriend geeft met als beloning veelvuldig uitgaan – wel te onderscheiden van de beroepsprostituee” (…).Wat een slet. Noppeshoer. Die durft. De gotspe.
Etymologie
*, vanuit de traditionele gedachtegang, waarin vrouwen geen plezier in seks horen te hebben
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek