nor

mannelijk/vrouwelijk (de)/nɔr/

Wat is de betekenis van nor?

nor betekent: (informeel), (juridisch), (misdaad) plaats waar misdadigers worden opgesloten, gevangenis

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informeel, juridisch, misdaad (informeel), (juridisch), (misdaad) plaats waar misdadigers worden opgesloten, gevangenis

Voorbeelden van "nor" in een zin

  • Hij zit al elf jaar in de nor.

Betekenis en uitleg van nor

Het woord 'nor' wordt vaak gebruikt om een ontkenning aan te geven, vooral in de context van het verbinden van twee negatieve zinnen. Het geeft aan dat iets niet het geval is en vormt een belangrijke schakel in de Nederlandse zinsbouw.

Je gebruikt 'nor' meestal in combinatie met een eerder genoemde negatieve uitspraak om een tweede negatie te benadrukken. Dit kan bijvoorbeeld in situaties waarin je twee alternatieven uitsluit. Het woord heeft een formele toon en komt vaak voor in schriftelijke taal of in meer doordachte gesprekken.

Voorbeelden

  • Ik heb geen tijd voor de film, nor heb ik zin om naar het theater te gaan.
  • Zij heeft het boek niet gelezen, nor heeft ze de film gezien.
  • Hij is niet geïnteresseerd in sport, nor in andere buitensportactiviteiten.

Woordoorsprong

Het woord 'nor' is verwant aan het Engelse 'nor' en heeft zijn oorsprong in de Germaanse talen, waar het ook een negatievorm was.

Veelgestelde vragen over nor

Wat is de betekenis van nor?

nor betekent: (informeel), (juridisch), (misdaad) plaats waar misdadigers worden opgesloten, gevangenis

Welk woordgeslacht heeft nor?

nor is een mannelijk/vrouwelijk (de).

Wat zijn synoniemen van nor?

Synoniemen van nor zijn: bajes, likZelfstandig naamwoord, petoet.

Hoe gebruik je nor in een zin?

Voorbeeld: “Hij zit al elf jaar in de nor.

Etymologie

* Bargoens, misschien (klanknabootsing), vergelijk "brommen"; in de betekenis van ‘gevangenis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1881

Vertalingen

Engelsnick, slammer
Franstaule, tôle
DuitsKnast
Spaanstalego