norm
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Wat is de betekenis van norm?
norm betekent: stelsel van meestal ongeschreven gedragsregels, gebaseerd op een stelsel van waarden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- stelsel van meestal ongeschreven gedragsregels, gebaseerd op een stelsel van waarden
- regel voor de normalisatie, een beschrijving van de manier waarop tewerk moet worden gegaan
Voorbeelden van "norm" in een zin
- Omdat een duidelijke wettelijke normering van bestuurshandelen vaak ontbreekt, kan de rechtspositie van de burger niet rechtstreeks uit de wettelijke norm worden afgeleid.
- Algemeen kiesrecht is een democratische norm en waarde die historisch bepaald is.
- Wat is (een feit) leidt zo vrij automatisch naar wat zou moeten (een norm waaraan een waarde verbonden is).
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘richtsnoer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1889
Vertalingen
Engelsnorm
Fransnorme
DuitsNorm
Spaansdirectriz, norma, normativa
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek