normaal

mannelijk/vrouwelijk (de)/nɔrˈmal/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. wiskunde (wiskunde) loodlijn
  2. meteorologie (meteorologie) gemiddelde waarde over een lang tijdsverloop
  3. benzine met een lager octaangetal dan superbenzine

Etymologie

#(wiskunde) (natuurkunde) loodrecht (normaalkracht, normaalvector)

Uitdrukkingen

  • normaal gesprokenonder normale omstandigheden

Vertalingen

Engelsnormal
Fransnormal
Duitsgewohnt, regulär, üblich
Spaanscorriente, regular, ordinario
Italiaansnormale
Portugeesnormal
Russischнормальный
Chinees正常
Japans普通
Koreaans정상의
Arabischعادي, طبيعي
Poolsnormalny, normalna, normalne
Zweedsnormal