normaliteit

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het normaal zijn
  2. verouderd, scheikunde (verouderd) (scheikunde) de equivalentie (neq) gedeeld door het volume:

Etymologie

*afgeleid van het Franse normalité () [https://fr.wiktionary.org/wiki/normalité Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelsnormality, normalcy
Fransnormalité
DuitsNormalität
Spaansnormalidad
Italiaansnormalità
Portugeesnormalidade