normaliteit
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het normaal zijn
- (verouderd) (scheikunde) de equivalentie (neq) gedeeld door het volume:
Etymologie
*afgeleid van het Franse normalité () [https://fr.wiktionary.org/wiki/normalité Wiktionnaire]
Vertalingen
Engelsnormality, normalcy
Fransnormalité
DuitsNormalität
Spaansnormalidad
Italiaansnormalità
Portugeesnormalidade
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek