nortonbuis
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈnɔrtɔmˌbœys/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ijzeren buis met aan de onderzijde een stalen puntstuk en in de wand een serie kleine gaatjes die voor de aanleg van een kunstmatige waterbron in de grond wordt geslagen tot een watervoerende laag is bereiktWe hadden brongas. Een grondboorbedrijf (Lierop of Nierop?) had met sondering een nortonbuis van 20 cm. middellijn ingebracht tot ze op grint en water kwamen (± 23 m.), daar kwam een houten buis in met gaatjes, bekleed met fijn kopergaas.Voortgegaan met het debarkeren van het genie-park, waterputten in het nieuwe bivouac gemaakt, na alvorens eene nortonbuis te hebben ingedreven, deze kon echter niet dieper dan 1.60 M. worden ingeheid; de punt was op die diepte nat, en toonde duidelijk het aanwezen van water.
Etymologie
* , naar de patenthouder (sinds 10 augustus 1868) in Engeland, J.L. Norton [https://trove.nla.gov.au/newspaper/article/18734146/143211 "The Tube Wells.-Mr. Norton's Patent." in: The Maitland Mercury and Hunter River General Advertiser (7 januari 1869) op website: trove.nla.gov.au]; geraadpleegd 2018-05-26
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek