nota
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- rekening, factuur
- aantekening, notitie
- officieel geschrift met een mededeling of waarin een standpunt wordt uiteengezet
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘aantekening’ voor het eerst aangetroffen in 1525
Vertalingen
Engelsbill, invoice, annotation
Spaansfactura, nota, apunte
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek