novum
onzijdig (het)/novʏm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iets nieuws
- (juridisch) voor het eerst in cassatie opgeworpen bedenking
- (juridisch) nieuwe feiten en/of omstandigheden op grond waarvan kan worden teruggekomen op een zaak, in afwijking van het ne bis in idem-beginsel
- (juridisch) het nieuwe element van een vernieuwde rechtsverhouding of verbintenis in het kader van een novatie
Etymologie
* Leenwoord uit Latijn novum ‘iets nieuws’, onzijdige vorm van "novus" ‘nieuw’.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek