nubuck
onzijdig (het)/ˈnʏbʏk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zacht rundleer dat lijkt op suède maar wat steviger isMaterialen als tuigleer en nubuck worden verwerkt in hoeden en zitmeubels, zachte wollen capes en plaids met folkorepatronen en handgemaakte houten schalen.
Etymologie
* uit het Engels
Vertalingen
Engelsnubuck
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek