nudist

mannelijk (de)/nyˈdɪst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die vindt dat een verblijf in de vrije natuur zonder het dragen van kleding gezond is
    Terwijl de politici kibbelen, is de Franse pers wel eensgezind in haar veroordeling van het boerkiniverbod. ‘Zijn we niet allemaal gek geworden?’, titelde de krant Le Parisien. Le Figaro verwees naar de films over de ‘Gendarme de Saint-Tropez’, gespeeld door Louis de Funès, die in zijn tijd op het strand jacht maakte op... nudisten. de Standaard 26 augustus 2016 kdr
    Ophef in Saksen: het Duitse grondrecht op naaktlopen komt in de verdrukking nu tegenover een lokaal nudistenterrein een asielzoekerscentrum voor mannen wordt ingericht. De nudisten mogen vanaf volgende maand alleen nog in badkleding zwemmen. Tubantia 10 januari 2017

Etymologie

* van "nudiste" of afgeleid van "nudisme" , in de betekenis van ‘naaktloper’ voor het eerst aangetroffen in 1961

Vertalingen

Engelsnudist