Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

obirupsvogel

mannelijk (de)/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zangvogels (zangvogels) een zangvogel uit de familie rupsvogels (). Eerder werd deze vogel beschouwd als een ondersoort van de sahoelrupsvogel (E. tenuirostre), die toen nog monniksrupsvogel heette. Deze vogel komt voor op de eilanden en in de Molukken. De grootte van de populatie is niet gekwantificeerd maar de soort wordt omschreven als schaars

Etymologie

* (geoniem),