occasie

vrouwelijk (de)/ɔˈkazi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. mogelijkheid, kans, gelegenheid
    Schip de Bloemtuijn legde die reis in tegenovergestelde richting af: de schipper zag dat er 'geen occasie was binnen Texel te comen'. Uiteindelijk is het schip 21 januari 'met groot perikel door het ijs heen, in de haven van Goeree gecomen'. Het Parool 10 NOVEMBER 2017 [https://www.parool.nl/amsterdam/terug-naar-de-verschrikkelijke-winter-van-1684~a4532709/ Terug naar de verschrikkelijke winter van 1684]
    In oudere drukken vervang je soms wel een enkel woord, omdat de betekenis ervan bij veel hoorders niet meer bekend is. Ik denk dan bijvoorbeeld aan ”occasie” (gelegenheid), ”discoursen” (gesprek), ”slimmer” (erger), ”malkanderen” (elkaar) en ”werwaarts” (waarheen).” Reformatorisch Dagblad Jan-Kees Karels 13-07-2004 [https://www.rd.nl/kerk-religie/de-oude-wijn-is-beter-1.223720 De oude wijn is beter]
  2. tweedehands auto
    Sinds Dieselgate zit de dieselwagen in het verdomhoekje, en dat uit zich nu ook op de tweedehandsmarkt. Zocht in 2014 nog 72,7 procent van de Belgen naar een diesel wanneer hij een occasie kocht, dan is dat dit jaar nog 40,9 procent. De Standaard 26 JUNI 2018 [http://www.standaard.be/cnt/dmf20180625_03580405 Diesel is ook tweedehands de klos]

Etymologie

* uit het Frans