ochtendstond

mannelijk (de)/ˈɔxtəntˌstɔnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. begin van de morgen
  2. verouderd (verouderd) uur waarop de dag aanbreekt
  3. figuurlijk (figuurlijk) eerste begin

Uitdrukkingen

  • De ochtendstond heeft goud in de mond.Al vroeg in de morgen beginnen met werken levert meer op.