oedeem
onzijdig (het)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) een zwelling ten gevolge van een ophoping van vocht in delen van het lichaam
Etymologie
* Leenwoord uit het Duits of modern Latijn, in de betekenis van ‘vochtophoping’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Vertalingen
Engelsoedema, edema
Fransœdème
Spaanshidropesía, edema
Italiaansedema
Japans浮腫
Poolsobrzęk
Deensødem
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek