oef

/uf/

Betekenis

tussenwerpsel
  1. een uitroep die inspanning of vermoeidheid uitdrukt
    Oef, dat valt niet mee!
  2. een uitroep die opluchting uitdrukt
    Oef, blij dat we die klus vandaag nog hebben geklaard!

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tussenwerpsel: uitroep van benauwdheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1808