oefenaar

mannelijk (de)

Wat is de betekenis van oefenaar?

oefenaar betekent: iemand die een ander een bepaalde vaardigheid aanleert

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die een ander een bepaalde vaardigheid aanleert
  2. was iemand die mocht preken in een godsdienstoefening van een protestantse gemeente en ook zelf zijn preken mocht maken, dit in tegenstelling tot de preeklezer in de leesdienst, die alleen preken van anderen mag voorlezen.
  3. iemand die iets leert

Voorbeelden van "oefenaar" in een zin

  • In de woorden van de oefenaren die de kweker bezoeken, zijn reminiscenties te beluisteren uit de preek van Paauwe, uitgesproken in 1949 in Den Haag. Paauwe zei: 'Ik hoop, mijn zeer geachte toehoorder, dat gij zó naar mij luistert, dat gij gedurig afdaalt in uw hart om uzelf af te vragen of de dingen zoals u ze hoort uitspreken, zo gevonden worde in uw binnenste, ze tegelijkertijd toetsende aan Gods heilige Getuigenis. NRC Kester Freriks 10 juni 2006 [https://www.nrc.nl/nieuws/2006/06/10/de-opzienbarende-rentree-van-religie-in-de-nederlandse-11143175-a335979 e opzienbarende rentree van religie in de Nederlandse cultuur]
  • De ijverige oefenaar en kennisstamper floreert, terwijl het potentiële genie niet aan zijn trekken komt. Intellectuele oppervlakkigheid wordt de regel, en daarmee diepgang de uitzondering. NRC 11 maart 2013 [https://www.nrc.nl/nieuws/2013/03/11/de-universiteit-hoort-juist-geen-praktijkschool-te-1219655-a1089434 De universiteit hoort juist geen praktijkschool te zijn]

Betekenis en uitleg van oefenaar

Een oefenaar is iemand die regelmatig oefent of traint, vaak om zijn vaardigheden in een bepaalde discipline te verbeteren. Dit kan variëren van sport tot muziek, waarbij de oefenaar zich inzet om beter te worden in wat hij of zij doet.

Het woord 'oefenaar' wordt vaak gebruikt in contexten waar toewijding aan verbetering centraal staat. Je kunt het bijvoorbeeld gebruiken om iemand te beschrijven die zich voorbereidt op een sportevenement of een muzikale uitvoering. Het heeft een positieve connotatie en suggereert dat de persoon niet alleen talent heeft, maar ook bereid is om hard te werken voor zijn of haar ambities.

Voorbeelden

  • Als fervent oefenaar van de piano begon hij elke ochtend met een uur oefenen.
  • De oefenaar op het sportveld was te herkennen aan zijn constante inzet en doorzettingsvermogen.
  • Haar vrienden bewonderden haar als een echte oefenaar, omdat ze altijd weer nieuwe technieken uitprobeerde in haar schilderijen.

Woordoorsprong

Het woord 'oefenaar' is afgeleid van het werkwoord 'oefenen', dat betekent trainen of herhalen om beter te worden. Het achtervoegsel '-aar' duidt op iemand die een bepaalde activiteit uitvoert.

Veelgestelde vragen over oefenaar

Wat is de betekenis van oefenaar?

oefenaar betekent: iemand die een ander een bepaalde vaardigheid aanleert

Hoeveel betekenissen heeft oefenaar?

oefenaar heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.

Welk woordgeslacht heeft oefenaar?

oefenaar is een mannelijk (de).

Wat zijn synoniemen van oefenaar?

Synoniemen van oefenaar zijn: trainer, leermeester, oefenmeester, prediker, lekenpreker.

Hoe gebruik je oefenaar in een zin?

Voorbeeld: “In de woorden van de oefenaren die de kweker bezoeken, zijn reminiscenties te beluisteren uit de preek van Paauwe, uitgesproken in 1949 in Den Haag. Paauwe zei: 'Ik hoop, mijn zeer geachte toehoorder, dat gij zó naar mij luistert, dat gij gedurig afdaalt in uw hart om uzelf af te vragen of de dingen zoals u ze hoort uitspreken, zo gevonden worde in uw binnenste, ze tegelijkertijd toetsende aan Gods heilige Getuigenis. NRC Kester Freriks 10 juni 2006 [https://www.nrc.nl/nieuws/2006/06/10/de-opzienbarende-rentree-van-religie-in-de-nederlandse-11143175-a335979 e opzienbarende rentree van religie in de Nederlandse cultuur]

Etymologie

* van oefenen