oefenpot

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een wedstrijd die men speelt als training
    Gemengd Koreaans ijshockeyteam verliest oefenpot: Het gemengde Koreaanse ijshockeyteam heeft de eerste en enige oefenwedstrijd in de aanloop naar de Olympische Winterspelen verloren. De ploeg, bestaande uit ijshockeysters uit Zuid- én Noord-Korea, moest in Incheon buigen voor Zweden: 1-3. De Koreaanse vrouwen speelden in een blauw tenue met rode en witte accenten. Op de borst prijkte de naam 'Korea' en een afbeelding van beide landen. Tubantia 04-02-18 [https://www.tubantia.nl/olympische-spelen/gemengd-koreaans-ijshockeyteam-verliest-oefenpot~a7d5440d/ Gemengd Koreaans ijshockeyteam verliest oefenpot]
    Het leidde tot een oefenpot tegen het Ierse jongensteam Three Rock Rovers, een topclub uit Dublin. "We hebben met 5-3 verloren, maar het was een superervaring. Hockey van hoog niveau op een prachtig sportcomplex." Tubantia Sandra Dubbink-Bouwhuis 18-04-18 [https://www.tubantia.nl/hellendoorn/b1-hockeyclub-nijverdal-speelt-wedstrijd-op-niveau-dankzij-facebook~a3f4eec6/ B1 hockeyclub Nijverdal speelt wedstrijd op niveau dankzij Facebook]
    Peru overklast Chili in beladen oefenpot: De nationale voetbalploeg van Peru heeft in een oefenduel Chili met 3-0 verslagen. Tubantia 13-10-18 [https://www.tubantia.nl/buitenlands-voetbal/peru-overklast-chili-in-beladen-oefenpot~a3a7d3fd/ Peru overklast Chili in beladen oefenpot]