oertype

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de meest oorspronkelijke vorm van een bepaalde soort waaruit alle andere vormen zijn voortgekomen
    Al voor de middeleeuwen maakten timmerlieden punters. „Het is een oertype van schepen in Nederland”, zegt Klaus Roding, punterkenner van Het Punterwezen. De houten scheepjes vaarden overal in Nederland, maar begin vorige eeuw stopte de seriematige bouw van de punter. „Men stapte massaal over op ijzerbouw omdat dit goedkoper was, behalve in Giethoorn. Dat heeft wellicht met het conservatisme in deze streek te maken.” Reformatorisch Dagblad 11-09-2006 [https://www.rd.nl/vandaag/economie/i-punter-voorlopig-van-ondergang-gered-i-1.1177465 Punter voorlopig van ondergang gered]
    Oertype van de heimweemoskee: Een gebouw met een koepel op het dak en een paar minaretten ernaast. Dat is -in elk geval in de beeldvorming- wereldwijd het standaardmodel moskee. Dat model gaat terug op de Hagia Sophia - ironisch genoeg de grootste kerk van het oude christendom. Reformatorisch Dagblad Jacob Hoekman 10-01-2008 [https://www.rd.nl/kerk-religie/kloppend-hart-van-byzantium-1.233208 Kloppend hart van Byzantium]
    Ze was het oertype van de ‘celebrity’. Zoals Kim nu het boegbeeld van de Kardashians is, zo was zij dat van de Gabors, een ietwat louche nouveau riche-dynastie uit Hongarije. NRC Coen van Zwol 19 december 2016 [https://www.nrc.nl/nieuws/2016/12/19/zsa-zsa-beroemd-omdat-ze-beroemd-was-5851742-a1537349 Zsa Zsa: beroemd omdat ze beroemd was]

Etymologie

*afgeleid van type