of
/ɔf/
Betekenis
voegwoord
- en anders (nevenschikkend): gebruikt om een keuze aan te geven, waarbij alle keuzemogelijkheden expliciet worden genoemdHij loopt (of) over straat, of hij zit in de kroeg.Waarom had ik geen donder gehoord of bliksem gezien tijdens mijn tocht omhoog? Wat had ik nu spijt van het plan om de zonsondergang en zonsopkomst vanaf de top te willen gaan bekijken.
- dat wel of niet (onderschikkend): inleiding van een bijzin om onzekerheid aan te gevenIk weet niet of Jan wel komt.
- anders gezegd (verklarend)
- bij benadering (schattend)Een keer of drie.
Etymologie
** (erfwoord): Middel- en Oudnederlands of, ontwikkeld uit Oergermaans *jaba, -ōi ‘als, indien’, samengesteld uit de onbeklemtoonde voornaamwoordelijke stam *i̯o- (verder zie het) en het versterkingspartikel -bʰo (in beide), dit 2e lid verwant aan Oudgrieks (Homerisch) phḗ ‘evenals’, Litouws bà ‘jawel’, Oudkerkslavisch bo ‘want’ en Avestisch bāa, bat̰, baδa ‘inderdaad’. Evenals Nederduits of ‘of’, Duits ob, Engels if ‘als’ en Ouddeens æf, of.
Vertalingen
Engelsor, either, if
Fransou
Duitsoder, entweder ... oder, ob
Spaanso, si
Italiaanso, od
Portugeesou
Russischили, либо
Chinees或, 或者, 還是
Japansまたは, あるいは
Koreaans또는
Arabischأو, أم
Turksveya
Poolsalbo, lub, czy
Zweedseller
Deenseller
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek