offday

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een dag dat men niet zo goed presteert als normaal
    Vorig seizoen was hij ook oppermachtig, om vervolgens juist op de dag van de wereldtitelstrijd in Valkenburg een offday te hebben. Tubantia Victor-Jan Vanparijs 26-12-18 [https://www.tubantia.nl/sport/van-der-poel-de-sterkste-in-heusden-zolder-nieuwenhuis-knap-derde~a2aacefa/ Van der Poel de sterkste in Heusden-Zolder, Nieuwenhuis knap derde]
    De eerste twintig minuten speelden we eigenlijk wel prima, maar daarna werd het een complete offday.’’ Tubantia Daniël Dwarswaard 26-02-19, [https://www.tubantia.nl/nederlands-voetbal/de-ligt-blikt-vooruit-op-klassieker-plezier-in-de-groep-is-terug~ad8d25c4/ De Ligt blikt vooruit op Klassieker: ‘Plezier in de groep is terug’]

Etymologie

* uit het Engels