offensief

onzijdig (het)/ˌɔfɛnˈsif/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. militair (militair) een aanvallende actie
    Het geslaagde Italiaanse offensief, de Engelsen in Doornik, de Amerikanen in Chátillon... het was duidelijk dat ze op de goede weg zaten. {{Aut|Lemaitre, Pierre
    Over deze dingen konden ze het hebben omdat iedereen het erover eens was, hier kon geen ruzie over ontstaan. Anders lag het met de offensieven van Duitsland in het westen.
  2. niet militaire aanval
    Na de ochtendvergadering van acht uur trokken Eric, Ariadne en de laatst aangesloten partner Jens Ehrenberg zich een halve dag terug om het offensief te gaan plannen tegen éer, roem en de zege van de rechtvaardigheid', zoals ze het, misschien wat roekeloos, al waren begonnen te noemen.

Etymologie

*afgeleid van offensie

Vertalingen

Engelsoffensive, offensive, aggressive
Fransoffensive, offensif
DuitsOffensive, offensiv
Spaansofensiva, ofensivo