offerbus
mannelijk/vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- bak waarin men geld kan storten voor een goed doelVoorbij de offerbus gaande, loende hij naar de witte letters er op geschilderd: 'voor het gebruik van vet en zuivel', daalde zonder om- of opzien de stoeptrap af en droeg dan zwaar-fronsend zijn raamlood verder, verruimd nochtans er zoo te zijn afgekomen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek