offerbus

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bak waarin men geld kan storten voor een goed doel
    Voorbij de offerbus gaande, loende hij naar de witte letters er op geschilderd: 'voor het gebruik van vet en zuivel', daalde zonder om- of opzien de stoeptrap af en droeg dan zwaar-fronsend zijn raamlood verder, verruimd nochtans er zoo te zijn afgekomen.