office

onzijdig (het)/ɔˈfis/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. horeca (horeca) werkruimte met een voorraad schoon servies, glazen en bestek waar ook de gerechten klaar worden gezet zodat het bedienend personeel kan zorgen voor het opdienen aan de gasten
    Als je in het office werkt, moet je vaak bestek en serviesgoed schoonmaken en sorteren.
  2. verouderd (verouderd) onderdeel van een suikerwerkfabriek waar bestanddelen worden gemengd en in vormen gegoten
    In hoofdzaak dienen de amandelen voor de bakkerij, een klein gedeelte voor dragée-afdeeling en office.

Etymologie

*van "office" "provisiekamer, bijkeuken, (in huishoudelijke context) verwijzend naar het bereiden van maaltijden"