ogentroost
mannelijk (de)/ˈoxə(n)trost/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een geslacht van kruidachtige planten met trechtervormige, tweelippige bloemen. De onderlip is driedelig met uitgerande toppen. Bij verschillende soorten vindt kruisbestuiving plaats. Het geslacht bestaat uit halfparasieten. Met hun wortels onttrekken ze water en opgeloste stoffen aan de wortels van andere planten, maar de planten zijn zelf in staat tot fotosynthese. Ogentroost woekert op grassen en cypergrassen
- plant die men gebruikt bij oogziektenOgentroost: Latijnse naam: Euphrasia officinalis L. Behoort tot de Helmkruid familie. Te gebruiken deel: Bovengrondse delen; bladeren, bloemen en stengels. Verzamelwijze: Verzamel de plant tijdens het bloeien. Meestal is dit in de herfst.De slikachtige oevers zijn begroeid met waterweegbree, het vochtminnende bruin cypergras en rode ogentroost, een halfparasiet die een deel van zijn voedsel rooft van de grassen, zeggen en klavers om hem heen.
Vertalingen
Engelseyebright
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek