oio

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈojo/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd, afkorting, onderwijs, beroep (verouderd) (afkorting) (onderwijs) (beroep) iemand die onderzoek doet om een proefschrift te schrijven
    De meeste promovendi echter zijn aio’s of oio’s: personen die vier of vijf jaar aan een universiteit zijn aangesteld (na selectie) en die óf slechts zeer beperkt (aio’s) of helemaal niet (oio’s) bij het universitaire werk betrokken worden. Zij kunnen en moeten dus vrijwel hun gehele tijd aanwenden om te promoveren.

Etymologie

* afkorting van onderzoeker in opleiding