olifantenpad
onzijdig (het)/ˈoliˌfɑntə(n)ˌpɑt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- route door de jungle die vaak door olifanten () wordt gebruikt, waardoor hij niet dichtgroeitNgbanda leidt me onder bomen van meer dan vierhonderd jaar oud over een olifantenpad vol marcherende krijgsmieren met vervaarlijke grijptanden.ITG verzorgt in Botswana safari’s per mountainbike. „Samen met een ervaren gids gaat men op pad langs oude olifantenpaden”, belooft de reisgids.
- (figuurlijk) (verkeer) route voor langzaam verkeer die niet was voorzien bij de inrichting van een gebied, maar door spontaan gebruik door een groep ontstaatDit pad is een mooi voorbeeld van kuddegedrag. Een olifantenpaadje ontstaat nooit zomaar: er moet een doel zijn dat meerdere mensen willen bereiken, via een zo makkelijk mogelijke route.Van der Vlis: „Je moet geen onhandige constructies bouwen. Dan houdt niemand zich eraan. Je moet pragmatisch te werk gaan.” Het Koningsplein geeft dat aan. Daar liep sinds jaar en dag een illegaal fietspad over de vrije trambaan. Kortelings is deze route gemarkeerd met verfstrepen en is het voormalige „olifantenpad” officieel goedgekeurd voor rijwielen, die altijd hebben geweigerd honderd meter om te rijden. „Je moet opzoeken waar de fietser is en niet waar 'ie zou moeten zijn.”
- (figuurlijk) veelgebruikte praktische oplossing die afwijkt van de voorschriftenNa een oefening moesten militairen de munitie netjes opbergen in een munitiedepot, maar dat bleek gesloten. „Toen hebben de militairen de munitie heel goed en veilig opgeborgen, maar niet in het depot, zoals de regels voorschrijven”, vertelde Verbeet. „Zo ontstaan olifantenpaden en dat is niet wat je wil.”
Etymologie
**[2] in de figuurlijke betekenis "spontane fietsroute" aangetroffen vanaf 1984 (zie vindplaats hieronder)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek