Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

olmenhout

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. hout afkomstig van een iep
    Met een stukje olmenhout slaat ze de hand van Agnes kapot, die nog steeds het aangetaste suikerbrood vasthoudt.
    Maar ik wil het mooiste olmenhout voor de kist.
    Het fineer van schildpad barstte, het tinnen inlegwerk werd onherstelbaar verbogen, het eiken- en olmenhout eronder versplinterde.