omarmen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) de armen op om iemand heen slaan als teken van vreugde en vriendschap
    Hij omarmde zijn geliefde hartstochtelijk.
    En ze kon zich ook niet voorstellen dat ze het in de toekomst zouden doen, tenzij ze toevallig naast elkaar zouden staan als de mededeling over de eindoverwinning plotseling kwam, Duitslands onvoorwaardelijke overgave, of iets soortgelijks dat ervoor kon zorgen dat wie dan ook wie dan ook omarmde die in de buurt stond.
  2. ov, figuurlijk (ov), (figuurlijk) zich volledig in een idee, voorstel enz. kunnen vinden
    Hij omarmde dat idee.

Etymologie

*samenstellende afleiding van om (bijwoord) en arm (zelfstandig naamwoord) dat de onbepaalde wijs van een (werkwoord) vormt

Vertalingen

Engelsembrace
Fransembrasser
Duitsumarmen
Spaansabrazar
Poolsobejmować