omber
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kleur) bruine kleurstof, bereid uit een donkerbruine vette aardsoort
- (kaartspel) kaartspel dat door drie personen wordt gespeeld met veertig kaarten (waaruit de achten, negenen en tienen)
- degene in het omberspel tegen wie de twee andere deelnemers spelen
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kaartspel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1735
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek