omber

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleur (kleur) bruine kleurstof, bereid uit een donkerbruine vette aardsoort
  2. kaartspel (kaartspel) kaartspel dat door drie personen wordt gespeeld met veertig kaarten (waaruit de achten, negenen en tienen)
  3. degene in het omberspel tegen wie de twee andere deelnemers spelen

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kaartspel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1735