omgeven

/ɔmˈɣevə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) zich eromheen bevinden, zich bevinden rondom
    Het huis is geheel omgeven door prachtige bossen.
    Er is geen schaduw te vinden in het stoffige, gele maanlandschap, omgeven door rotsen, behalve onder een enkele verlaten ‘Joshua Tree’.
  2. voorzien van iets dat omgeeft (met, door)<!--
werkwoord
  1. ov (ov) ronddelen

Etymologie

* <!--

Vertalingen

Engelssurround
Fransentourer
Duitsumgeben
Spaansrodear
Japans囲む, かこむ, kakomu
Poolsotaczać