omhelzen

/ɔmˈhɛlzə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) de armen om iets of iemand slaan
    Hij wordt hartstochtelijk omhelsd door een bewonderaarster.
    Deze Terminus bestond uit een paar dikke palen die ik uitgeput omhelsde.
  2. ov (ov) aannemen
    Dat twee van zijn kinderen de kloosterlijke staat omhelsden, heeft hem lang verdroten.

Etymologie

* of helzen (verouderd met vergelijkbare betekenis)

Vertalingen

Engelsembrace
Fransembrasser
Duitsumarmen, annehmen
Spaansabrazar
Italiaansabbracciare, abbracciare
Portugeesabraçar
Poolsobejmować, objąć
Zweedsomfamna
Deensomfavne