omkeren

/ˈɔmkerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) omdraaien en terugkeren
    Daarna was hij maar omgekeerd, omdat het te laat begon te worden.
  2. ov (ov) omdraaien: de andere zijde boven- of voorleggen
  3. ov (ov) omdraaien: in het tegenovergestelde doen veranderen
  4. refl (refl) zich ~: zich omdraaien

Vertalingen

Engelsturn around
Franstourner
Duitsumdrehen
Spaansvolver, revolver