omkeren
/ˈɔmkerə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (erga) omdraaien en terugkerenDaarna was hij maar omgekeerd, omdat het te laat begon te worden.
- (ov) omdraaien: de andere zijde boven- of voorleggen
- (ov) omdraaien: in het tegenovergestelde doen veranderen
- (refl) zich ~: zich omdraaien
Vertalingen
Engelsturn around
Franstourner
Duitsumdrehen
Spaansvolver, revolver
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek