ommetje
onzijdig (het)/ˈɔməcə/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kleine rondwandeling, korte tocht die weer bij het vertrekpunt eindigtIk ga na het eten altijd even een ommetje maken.
Etymologie
*; afɡeleid van "om"
Vertalingen
Engelswalk, stroll
Spaanspaseo
Deensgåtur
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek